Échte Duurzaamheid

MeerBomen.Nu

MeerBomen.Nu: bijna twee miljoen bomen de grond in!

14 februari 2024

Meer bomen en bos!

Nederland verdient veel meer bomen en bos. Bomen en bossen zijn populair. Ze bieden beschutting en geven al gauw het gevoel in de natuur te zijn. Het gaat er dan wel om welke bomen en bos. Een gemengd loofbos biedt de meeste biodiversiteit. Alweer vier jaar geleden kondigde de toenmalige landbouwminister Schouten aan dat zij samen met de provincies tot 2030 37000 nieuw bos wil aanplanten (LNV- Bossenstrategie). Dat is tien procent meer bos dan er nu staat. Hoe het met de uitvoering staat weet ik niet. Urgenda heeft inmiddels, in samenwerking met MeerGroen en Caring Farmers, het voortouw genomen met de actie MeerBomen.Nu ( https://meerbomen.nu/ ).

Gebruik van kansarme jonge opschietende  bomen

Dit initiatief onderscheidt zich door gebruik te maken van opschietende jonge bomen. Deze boompjes graven vrijwilligers uit om die dan elders aan te planten. Het gaat in alle gevallen om inheemse bomen. Ze staan op plekken staan waar ze geen kans krijgen om tot wasdom te komen; bijvoorbeeld in rietvelden voor het biotoopbehoud.

Burgerinitiatief

Het idee van MeerBomen.Nu is afkomstig van Franke van der Laan. Op de nationale boomfeestdag in 2008 signaleerde hij dat 15000 euro voor 10 bomen op een schoolplein wel heel duur was. Bovendien, dat 70 % betegelde tuinen (in Hoofddorp) een veel urgenter probleem is. Hij kreeg nul op rekest van de gemeente om daaraan wat te gaan doen. Van der Laan is toen zelf boompjes uit de natuur gaan redden. Hij richtte de Stichting MeerGroen op om zijn acties kracht bij te zetten in zijn eigen gemeente. In 2009 plantte hij de eerste 1000. Mede door toedoen van de campagne MeerBomen.Nu inmiddels bijna 2 miljoen zaailingen in 4 seizoenen.

Gratis zaailingen vinden hun weg

De campagne deelt uit aan iedereen die (gratis) zaailingen wil verplanten, dat kunnen zijn boeren, voedselbossen of particulieren. Het verschilt heel erg per provincie wat de locaties zijn. Soms zijn dat voederhagen bij boeren, afscheidingen bij maneges, het realiseren van een voedselbos of het vergroenen van een achtertuin van een particulier. Gemeenten tonen ook steeds meer belangstelling voor de boompjes. De actie draait inmiddels ook in Duitsland, Engeland en Ierland. Een prachtig voorbeeld van burgerinitiatief met een wel heel groot rendement. Zo krijgen Nederland en Europa alsnog meer bomen en bos!

Cranberries in de Krimpenerwaard

Klimaatteelt met Cranberry’s

16 januari 2024
Cranberryteelt op veengrond

Cranberryteelt op veengrond. Flinke opbrengsten van een heel gezond product op arme grond zonder toevoeging van mest of chemische bestrijdingsmiddelen. Het “geheim” zit hem in het vasthouden van het water; de nieuwe veenvorming bindt ook nog eens veel C02. Goed voor de klimaatbestendigheid en het vastleggen van broeikasgassen. Om nog niet te spreken van de toegenomen biodiversiteit. Dit is een drastische wijziging van het beheer van de afgelopen 600 jaar om het veen te ontwateren. Welk ei van Columbus is hier gevonden en heeft het toekomstperspectief?

Zompige veengrond

Het voelt winters aan op 1 december in de Krimpenerwaard. Agrariër en ondernemer Bart Crouwers opent voor ons het hek van een van zijn percelen van Cranberry Company. We zakken direct met onze bergschoenen weg in het zompige land. Het smakkende geluid van ons voetstappen in het water klinkt als muziek in de oren; hier gebeurt iets speciaals.

Bart Crouwers vertelt: “het starten van de cranberryteelt vergt de nodige kennis, voorbereiding en ook doorzettingsvermogen”. Eind 2016 begint hij, samen met compagnon Gerard Harleman aan een combinatie van natuurontwikkeling en cranberryteelt op tien velden, in totaal 19 hectaren groot. Als start voor de aanplant van de Cranberryplanten haalt hij op zeven percelen eerst de voedselrijke toplaag van het land. De eerste jaren groeien er veel pionierskruiden als akkerdistel en ridderzuring. Het gras groeit nog snel. Naarmate de verzuring vordert krijgen de cranberryplanten het meer naar hun zin. De concurrerende vegetatie wordt minder vitaal of verdwijnt. Egelboterbloem en andere vegetatie die, net als de cranberryplanten, gedijt in een zure en vochtige bodem komen tot ontwikkeling maar worden niet dominant. Op sommige plaatsen is het pH nu zelfs onder de vier. Dat is nog weer gunstiger voor de Cranberries.

Voor de velden is een eigen waterpeil gerealiseerd. Het waterbeheer richt zich op het zoveel mogelijk vasthouden van regenwater. De grond is langzaamaan hoger komen te liggen. Bij eenzelfde waterpeil stond het land eerst onder water en nu niet meer. De sponswerking van het veen werkt optimaal. De grondwaterspiegel is in de winter bol en in de zomer hol. Dat komt door de toegenomen verdamping in de zomer en de verder afgelegen ligging van de grond van de naastgelegen watergang.

Geen bestrijdingsmiddelen of bemesting

Op onze wandeling over het perceel kijken we nog eens rond. De hoge waterstand, het voedselarme milieu en de afwezigheid van chemische bestrijdingsmiddelen faciliteert de biodiversiteit. We zien een gevarieerde plantengroei. Cranberries zijn strikt gesproken niet inheems, de nauw verwante Rode Bosbes (Vaccinium vitis-idea) is dat wel. De teelt biedt ruimte voor de ontwikkeling van de oorspronkelijke veenweidebiotoop. Ecologen determineren wel 160 plantensoorten in het gebied. Het insectenleven neemt toe. Mede daardoor is het een aantrekkelijke broedplaats voor weidevogels. De hoge cranberrystruiken bieden schuilmogelijkheden voor jonge vogels.

Vermindering CO2-uitstoot

Omdat de veenbodem permanent vochtig blijft, is de veenoxidatie veel en veel minder en dus ook de CO2-uitstoot minstens 50% gereduceerd. De berekende reductie is zo’n 6 ton CO2 per ha. Het effect van het gewijzigde beheer ten opzichte van ontwatering gaat dus snel. De planten binden voor hun groei het kooldioxide uit de lucht. Zolang de bodem vochtig blijft, blijft ook de CO2 in het organisch plantmateriaal zitten. De kleine hoeveelheid methaan die ontsnapt aan het herbevochtigd veen staat niet in verhouding tot de gebonden CO2.

Bedrijfseconomische perspectieven

Bedrijfseconomisch lijken er goede perspectieven voor de teelt. De vraag naar lokaal en biologisch geteelde bessen is groot, en de prijs is goed zegt Crouwers. De investeringen liggen vooral in de beginfase met het geschikt maken van het land voor de teelt. De investeringen in kapitaalgoederen zijn beperkt. Het hoge waterpeil staat gebruik van zware landbouwmachines niet toe. Bij een wat lager waterpeil in het voorjaar is gebruik van een bosmaaier mogelijk voor het bestrijden van overmatige groei van pitrus en andere storingsoorten. Gedurende het groeiseizoen gebeurt dit handmatig. De eerste jaren zijn de inkomsten gering. Met eigen kapitaal compenseerde Cranberry Company het gebrek aan inkomsten. Zodra de zuurgraad van de bodem beneden de pH van 5 komt, gaan de cranberrystruiken beter groeien en neemt de productie toe. Nadat Crouwers en Harleman in 2022 van 2 hectare al 1,2 ton bessen konden oogsten, waren het er in 2023 al twee ton. De prognose voor 2024 is vier ton. In de tussentijd beginnen al de inkomsten uit CO2-credits. Het inzetten van vrijwilligers voor de oogst roept de vraag op wat het netto-bedrijfsresultaat is met betaalde krachten. Het plan is dat uiteindelijk – als de velden goed zijn ontwikkeld – bijna alles machinaal kan worden geoogst

Aanzienlijke klimaatwinst

Er is aanzienlijke klimaatwinst te boeken met het verhogen van de waterstand in veenweidegebieden. Eenmaal thuis, warm achter de computer, ga ik het eens na. Nederland heeft ongeveer 290.000 hectare aan veenweidegebied (ongeveer twee keer de provincie Utrecht). Hiervan is 223.000 hectare voor landbouw. Door oxidatie van het veen bij een lage grondwaterstand gaat daar jaarlijks ongeveer 2000 hectare vanaf. Kwakkernaat et.al (2010) becijferde dat de jaarlijkse CO2-emissie van veengronden gelijk staat aan ongeveer 2 miljoen auto’s. Inmiddels zijn veel initiatieven in gang gezet om de bodemdaling in het veenweidegebied te stoppen en daarmee dus ook de oxidatie en CO2-emissie. Het veenweideninnovatiecentrum helpt met het ontwikkelen van allerlei initiatieven. Te denken valt aan vezelteelt, het verstoppen van het veen onder een nieuwe laag grond, vee houden op hoog water etc. Mij lijkt de teelt van Cranberries wel een van de meest klimaatvriendelijke keuzes met toekomstperspectief.

www.waardevolgroen.nl

Circulariteit; hoe krijgen we de cirkel rond?

Circulaire economie

15 november 2023

Als we willen leven binnen de grenzen van het natuurlijk systeem betekent dat we ook toegroeien naar een circulaire economie. In een honderd procent circulaire economie bestaat geen afval, dat is een lonkend perspectief. Heel praktisch gesproken betekent dit geen zwerfafval meer; een ergernis minder. Alles wat we produceren en gebruiken krijgt dan een tweede en volgend leven. De weg daarnaartoe? Een spannend proces. We wijken immers van gebaande paden af. Bij circulaire economie zoeken we naar hoogwaardige vormen van recirculatie. Dat is in veel gevallen een zoektocht. Een mooi voorbeeld is het refurbishen van smartphones, laptops en tablets; die herstellen tot bijna nieuwstaat. Een ander voorbeeld is het introduceren van biobased materialen in de bouw. Dit vergt samenwerking in de keten en regelgeving die hergebruik bevoordeelt.

MAAK Haarlem

Graag presenteer ik een aansprekend voorbeeld van circulariteit uit Haarlem. Circulariteit krijgt aldaar sinds 2014 concreet invulling in bij MAAK Haarlem. Bij MAAK vinden we ondernemers die gebruikmaken van drie elementen: innovatie, circulariteit en digitalisering. Ik raak altijd geïnspireerd als ik daar rondloop en met ondernemers spreek. Ondernemers die zich sterk verbonden voelen met hun product en zich inzetten om de wereld echt duurzamer te maken. Hieronder presenteer ik een greep van elf bedrijven uit de circa veertig bedrijven die op het terrein van MAAK Haarlem werken. Opvallende overeenkomst tussen deze bedrijven is de inzet van productiemiddelen en producten die te repareren zijn. Een tweede opvallende punt is de onderlinge samenwerking en met de 3D Makerszone. De 3D Makerszone is een innovatief bedrijf gespecialiseerd in industrieel 3D-printen met daaraan gerelateerde digitale technologieën.

Willekeurige selectie van 11 bedrijven

Bedrijfsnaam 

Product of dienst

 

RFX Propmaking en Studio MensinkDeze bedrijven zijn gespecialiseerd in het maken van practical speciale effecten voor film, televisie, theater, etc. Dit is van levensechte bewegende monsters en science fiction wapens tot prothese make-ups en bestuurbare installaties.
Natalie Wool & ORO wolkorrelHet bedrijf geeft workshops in vachtvilten. Dit is het ver- en bewerken van complete geschoren schapenvachten met wol, water en zeep tot comfortabele woonkleden.
Enz-remakeUit gebruikt materiaal maakt dit bedrijf meubels, tafelspellen zoals voetbaltafels, sportattributen, kussens etc.
NeolithicGespecialiseerd in industrieel 3D-printen van stenen objecten met duurzame mortels, steenpoeders en klei.
TZODit bedrijf werkt aan innovatie op het gebied van plastic, water, duurzaamheid en circulariteit. Zij geeft onder andere workshops, ontwikkelen nieuwe recyclingmachines en producten en bieden organisaties de mogelijkheid om hun plastic afval te laten recyclen naar nieuwe producten.
Kate-Max.HandmadeCreëert en produceert tassen en kleding van leer. Het leer komt van oude meubels, restpartijen en regulier leer.
SnijmeestersOntwerpt en realiseert 2D en 3D producten gemaakt met een zelfgebouwde lasersnijder. Producten: lampenkappen, tassen, beeldwerken etc.
Bern MediaMaakt productvideo’s over industrieel ontwerpen om concepten en ideeën beter te kunnen presenteren.
Yannis BoardrepairsIs een bedrijf voor het vormgeven en repareren van alle mogelijke polyester en epoxy wind-, – kite-, surf-, golfsurfboards en sup’s.
Buurtbedrijf HaarlemZoekt de match tussen sociaal actief mee doen en leefbaarheid in Haarlem.
WoodwerkWoodwerk is een werkplaats én kenniscentrum voor houtbewerking
Zes principes circulariteit

Om als voorbeeld nader te belichten. Het bedrijf enz-remake www.enz-remake.nl. In het bedrijf werken makers en ontwerpers samen in een coöperatie. De creativiteit en het plezier in het eigen werk is terug te vinden in de producten. Ik zou er zomaar zelf willen werken! Ze ontwerpen en maken onder meer kussens, meubels, tafeltennistafels, tafelvoetbalspellen en nieuwe vloeren van sloopmateriaal uit afgedankte NS-treinstellen. Door slim ontwerp en gebruik van de juiste materialen kunnen we de producten van Enz-remake na hun levenscyclus weer hergebruiken. De zes principes van circulariteit die zij toepassen spreken mij zeer aan omdat ze in de praktijk direct zijn toe te passen. Ik citeer van hun website met ingekorte tekst:

  1. Gebruik hernieuwbare bronnen;
  2. Ontwikkel producten die weer splitsbaar zijn;
  3. Zoek oplossingen die meervoudig te gebruiken zijn;
  4. Maximaliseer de levensduur en de toegevoegde waarde;
  5. Werk samen in de keten;
  6. Betrek de mensen die het product of de dienst waarde geven.

De praktijk blijkt soms weerbarstig, vertelt ondernemer Juan Nibbelink: ‘Ongeveer 50 procent van de vloerdelen uit de NS-treinen zijn te hergebruiken. Als het slopen netter gebeurt, kan dat percentage omhoog. Dat scheelt ons ook nog eens veel werk’. Honderd procent hergebruik is wellicht mogelijk als men bij het ontwerp en het installeren van vloerdelen in de trein rekening houdt met een nette demontage die na de levensduur van het treinstel gaat gebeuren.

3D-printing met beton

Een heel andere insteek van circulair werken is die van 3D-printing met toepassingen in onder andere kunststof en beton. Bedrijven die dit doen werken samen in de 3D-makerszone. Ook grote betonnen werken met 3D-printing maken ze hier, bijvoorbeeld bij het bedrijf Neolithic. Zij zorgen ervoor dat de gemeente Amsterdam in de oude binnenstad heel oude afvoerputten met afgesleten of verloren gegane putdeksels alsnog kan hergebruiken. Met 3D-printing voorziet het bedrijf Neolithic in nieuwe deksels met steeds wisselende maten, zonder dat dat extra kosten en materiaalverlies oplevert. Heel wonderlijk vind ik de resultaten met verfijnde patronen in zwaar materiaal; alsof een mensenhand eraan te pas gekomen is.  Op de foto is een voorbeeld van een op maat gemaakt model van een plantenbak.

Mensen terug in het arbeidsproces

Circulair werken gaat niet alleen maar over materialen maar ook over mensen. MAAK Haarlem heeft ook een gezamenlijke werkplaats voor houtbewerking. Het bedrijf Woodwerk voorziet in werkplekken en is kenniscentrum voor houtbewerking. Het bedrijf ondersteunt nieuw talent binnen het vakgebied en biedt de mogelijkheid om de gemeenschap kennis te laten maken met houtbewerking. Ook als particulier kan je er terecht. Ik denk dan direct aan het maken van een nieuw meubel, leúk! Het buurtbedrijf Haarlem voorziet in de mogelijkheden voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt om die afstand te verkleinen. Haar mensen doen allerhande kleine reparaties en klussen in huis bij particulieren en bij bedrijven. Veel mensen kunnen via het buurtbedrijf met de opgedane ervaringen weer terecht op de arbeidsmarkt.

Afwijken van gebaande paden

Circulair werken is afwijken van gebaande paden en dat betekent het overwinnen van belemmeringen en knelpunten. Belangrijk knelpunt op de weg is de regelgeving voor het terugnemen van materialen, de plicht van afval scheiden bij sloop etc. Klanten vragen om garantiebepalingen voor de levensduur van materialen. Die zijn er wel voor nieuwe materialen maar nog niet die zijn gerecycled.

Circulair ondernemen vergt een andere manier van denken en doen en samenwerken. Gemeente en MAAK Haarlem zoeken daarvoor de samenwerking op lokaal en regionaal niveau. Concreet is dat samenwerken met potentiële partners in de keten, het betrekken van onderwijsinstellingen voor kennisoverdracht en het koppelen van vraag en aanbod. De inzet van een ketenregisseur? Met de wens van MAAK Haarlem tot uitbreiding naar 100 bedrijven lijkt mij dit een serieus te overwegen. Een ketenregisseur koppelt de keten van productie, distributie, afname en hergebruik aan elkaar. Bijvoorbeeld de leersnijder en de kringloopwinkel die aan de tassen- en leren jassenmaker leveren die weer oor afzet zorgt aan winkels. Een eerste stap is al gezet met het aanstellen van een grondstoffencoach. Deze heeft als taak afval- en grondstoffen aan elkaar te koppelen.

Gemeente Haarlem wil in 2040 geheel circulair zijn. Tien jaar eerder dan de rijksoverheid zich ten doel stelt. Met MAAK Haarlem heeft de gemeente Haarlem goud in handen. Koplopers verenigen zich hier om volgende stappen te zetten om de cirkel echt rond te maken!

www.waardevolgroen.nl

Ark van duurzaamheid

Zorg voor mensen

16 november 2023

Zorg voor mensen met een beperking als fundament voor duurzaamheid, hoe kan dat? In Bloemendaal laat de Arkgemeenschap regio Haarlem[1] zien hoe dat kan. In De Ark staat gemeenschapszin centraal, in een kleinschalige context en met aandacht voor natuur. Precies wat ik voor ogen heb als het gaat om duurzaamheid. Het gaat mij om het geheel, met aandacht voor de natuur en de medemens. Dat betekent dus veel meer dan alleen maar zuinig omgaan met energie en grondstoffen.

Ark van Haarlem

Marc Wopereis, gemeenschapsverantwoordelijke van De Ark, geeft aan: ‘Het bouwen aan en onderhouden van verbondenheid met elkaar vormt de kern’. De Ark Haarlem is vanaf 2013 langzaam maar zeker opgebouwd, met Ans van Keulen en Stefan Fokkink als eerste initiatiefnemers. Ans van Keulen leefde vanuit een diep besef van het belang van onderlinge verbondenheid, met name met mensen die het moeilijk hebben in onze complexe, harde wereld. Zij koppelde dat aan de grote belangstelling voor biologische groenteteelt van haar partner Stefan, én aan de visie van L’Arche International[2] op de plek van en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zocht en vond een kring van mensen die deze visie en ambitie deelden en zo begon de gemeenschap van De Ark in deze regio.

De Ark Haarlem is een gemeenschap waarin mensen met en zonder verstandelijke beperking samen wonen, werken en vieren. De missie is om de gaven van mensen met een verstandelijke beperking kenbaar te maken. Gaven die alle betrokkenen bij de gemeenschap leren kennen door persoonlijke en wederkerige relaties met elkaar aan te gaan. Daarmee wil De Ark bijdragen aan een meer menselijke en vriendelijke samenleving. Een treffend citaat vond ik op de website van De Ark Gouda: ‘Langzaam maar zeker verwarmen we de aarde. Zonder gevaar voor het milieu’.

Gezellig en gezond samen tuinieren

De Ark heeft in Bloemendaal een eigen Tuinderij van bijna 1 hectare groot. Deze biedt de mogelijkheid voor werk aan velerlei mensen. Een professionele tuinder heeft er de leiding over de teelt en het werk. De Tuinderij betrekt mensen uit de Werkplaats van De Ark (dagbesteding). Mensen uit de omgeving zijn welkom om als vrijwilliger mee te komen werken. En aan de mensen die een aandeel in de oogst hebben gekocht, wordt ook gevraagd om wat mee te werken in de tuin, als dat kan of nodig is. Het werk is eenvoudig en gezond, je kunt alleen werken of met een groepje. De werkdruk is laag en de gezelligheid is groot. De tuin heeft grote aantrekkingskracht op degenen die er werken en op omwonenden. De tuin ligt in een lommerrijke omgeving en biedt voor eenieder een brede keuze met alle groenten, fruit, kruiden en bloemen die er groeien. Het werk geeft iedereen in de tuinderij de mogelijkheid om de binding met moeder aarde te voelen. Marc zegt: ‘Het werken op de tuin is helend en maakt de mensen bewust van hun rol in het natuurlijk systeem. De voldoening uit de tuinarbeid is groot, de onderlinge sfeer is warm en biedt geborgenheid’. De tuin levert kwaliteit: biologisch geteelde producten met enkel toevoeging van organische mest en geen gebruik van chemicaliën. De oogst delen de bewoners van De Ark met mensen die een oogstaandeel hebben gekocht. Dat zijn er jaarlijks ongeveer 80, meest uit de directe omgeving. Net als ik, ervaren zij bij een bezoek aan de tuin de warme sfeer en de rust en de ruimte die de tuin biedt.

De toekomst

Marc kijkt vol vertrouwen naar de toekomst. De Arkgemeenschap Haarlem zal in de toekomst deel uit gaan maken van een nieuw te bouwen complex op het terrein van het voormalige klooster Euphrasia, op het landgoed Dennenheuvel. Het nieuwe Dennenheuvel moet een ‘community’ worden die beduidend groter is dan De Ark alleen. Met koopwoningen, vrije sector én sociale huurappartementen, ruimte voor sociale ondernemers en voor een plek van samenkomst. Ook de Tuinderij zal deel uitmaken van dat geheel. Marc vindt het van grote waarde dat De Ark met drie woongroepen, de creatieve Werkplaats én de Tuinderij een plek krijgt in dit nieuwe buurtje in Bloemendaal. Zo kan de Arkgemeenschap verder bouwen aan een gemeenschap waarin mensen die het moeilijk hebben een veilig thuis vinden en hun eigen bijdrage kunnen leveren aan een meer menselijke samenleving, voor ons allemaal.

 

 

 

 

 

[1] www.arkhaarlem.nl

[2] De Arkgemeenschap Haarlem behoort tot de internationale federatie van L’Arche. De federatie bestaat uit bijna 160 gemeenschappen in 38 landen en groeit elk jaar. De leden van de Arkgemeenschap Haarlem dragen bij aan de federatie en daarmee aan een veilige plek, een menswaardig bestaan en aan de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking in landen met een (zeer) zwakke economie en/of overheid. Wereldwijd hebben veel Arkgemeenschappen een eigen tuinderij, net als De Ark in Bloemendaal. Naast voedsel en werk zorgt een tuin voor een sterker gevoel van verbondenheid met de natuurlijke omgeving.

 

www.waardevolgroen.nl

Boeren voor biobased bouwmateriaal?

Boeren voor biobased bouwmateriaal?

14 augustus 2023

Boeren die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de bouw met minder stikstof in omloop. Dit toekomstperspectief gloort aan de horizon als de markt voor biobased materiaal echt doorzet. Biobased materialen binden CO2 voor lange tijd. Ze bevatten hoge gehalten aan cellulose. Dat maakt ze geschikt voor constructiemateriaal en voor isolatie. Mooie voorbeelden zijn Zonnekroon, Vezelhennep, Miscanthus, Sorghum en Bamboe. Voor de groeimarkt voor biobased materialen zijn aanjagers en verbinders nodig.

Perspectief!

Agrariër Jan Versluis is een van die aanjagers. Hij is enthousiast en ziet perspectief. Zozeer dat hij zich nu wél mag verheugen op opvolging van zijn nazaten in zijn bedrijf. De voortekenen zijn gunstig. Bouwondernemingen, zowel landelijk als regionaal, zijn sterk geïnteresseerd in de toepassing van biobased plaatmateriaal bij de bouw van woningen. Dat doet zij door gebruik te maken van grondstoffen uit de biologische kringloop: bijvoorbeeld plantenvezels uit de landbouw en reststromen van hout uit de productiebossen van Staatsbosbeheer en van bouwplaatsen: houtschaafsel, resthout van bouwplaatsen en maaisels en tak- en tophout. Met deze grondstoffen kan de prijs van biobased materialen concurreren met die van de gangbare middelen zoals kunststof.

Kroonbloemen als grondstof

Jan Versluis zet de eerste stap met het organisch bemesten en daarna inzaaien van drie hectare grond met Kroonbloemen (Silphie perfoliatum). Mijn eerste aanblik ter plekke is die van weelderige groei van het gewas met daartussen het welig tierende “onkruid”. Bijen en andere insecten vinden er hun weg en het wild kan er zijn beschutting zoeken. Het duurt ongeveer drie jaar voordat het gewas een hoogte van ongeveer drie meter bereikt. Na het oogsten sterft het bovengrondse deel van het gewas af waarna in het volgend voorjaar het wortelstelsel weer opnieuw uitloopt tot drie meter hoogte. Zonnekroon staat wel 25 tot 30 jaar. Groot voordeel is geen jaarlijks omploegen van de grond zoals bij mais nodig is. Dat voorkomt ook daling van de bodem. Die is van klei op veen.

Alle voordelen van de Kroonbloem op een rij. Het gewas,
• bindt langdurig CO2 omdat het product dient als bouwmateriaal;
• vermindert sterk de uitstoot van stikstof door de plantaardige teelt;
• vergt geen inzet van chemische bestrijdingsmiddelen;
• is hitte en droogtebestendig;
• wortelt diep en kan ook een hoger waterpeil verdragen;
• de langdurige teelt verbetert de bodemstructuur en stimuleert het bodemleven;
• voorkomt bodemdaling omdat de veenlaag intact blijft bij een hoger waterpeil;
• biedt ruimte voor spontane plantengroei, insecten en groot wild.
• draagt bij aan een gevarieerd landschap.
Deze voordelen gelden in meer of mindere mate ook voor andere teelten van biobased materiaal zoals Vezelhennep, Sorghum, Miscanthus en Bamboe.

Mogelijkheden

Jan Versluis ziet mogelijkheden voor agrariërs om een deel van de eigen grond in te zetten voor de teelt van bouwmaterialen. Bijvoorbeeld op de hectares grond die vrijvallen door krimp van de veestapel door stikstof. De gemiddelde gewas opbrengst van zonnekroon is 18 ton droge stof per hectare. Bij een brutoprijs van €100,- per ton per ha. is de opbrengst nog te laag. Bij een netto opbrengst per a van € 2500,- per ha. wordt de teelt voor de boer interessant. De opbrengst stijgt als hij in plaats van grondstoffen, halffabricaten kan leveren. Die moeten voor extra inkomsten zorgen.

Regionaal samenwerken

De agrariërs die deze producten telen, werken het beste in regionaal verband samen om zo tot een gezamenlijke afzet te komen. Vezelteelt is volumineus en transport over grote afstanden is duur. Concurrentie vanuit goedkopere grond vanuit het buitenland ligt daarom helemaal niet voor de hand. Voeg daarbij het hoge opbrengstvermogen van de vruchtbare Nederlandse grond en de lage CO2-footprint van regionale producten. Regionale branding van bouwmateriaal van goede kwaliteit door samenwerkende boeren wijst nog eens extra op het milieuvoordeel.

Versluis ziet mogelijkheden voor een fabriek op coöperatieve basis op regionaal niveau zoals bij melk en kaas gebeurt. Maar net als bij zuivel is een goed aanbod van biobased materiaal nodig. Versluis noemt een oppervlak aan teelt van één gewas van 300 tot 400 hectare. De afzetmarkt moet zich nog ontwikkelen. Er liggen veel initiatieven op stapel van agrariërs en bouwondernemingen door het hele land. We hebben inmiddels voor deze bedrijfstak een landelijk transitieprogramma van enkele ministeries, provincies en de Rabobank: Building Balance. Dit programma heeft tot doel het gebruik van biogrondstoffen in de bouw versneld op te schalen. Ketenregisseurs in dit programma zorgen voor de opschaling en het opnieuw inrichten en onderling koppelen van de keten. Het gaat daarbij om grondstofwinning, productie, distributie, afname en hergebruik. Dit bevordert een goede afstemming van vraag en aanbod.

Actief overheidsbeleid nodig

Belangrijk te weten is dat de overheid grote invloed zou kunnen uitoefenen op deze ontwikkeling in de bouwmarkt. Willen we de vraagzijde bevorderen, dan ziet Jan Versluis een vorm van steun bij het overbruggen van de ‘drie jaar wachten op omzet’ als een voorwaarde. Een andere belangrijke stimulans is bijvoorbeeld het verplicht stellen van percentages biobased materiaal in de bouw en het toekennen van carbon credits (CO2-vastlegging).

Carbon Credits

Met de toenemende belangstelling voor biobased bouwen en het schaarser en duurder worden van traditioneel bouwmateriaal ziet Jan Versluis de markt voor biobased materialen wel groeien. Kleine plussen op de vezelprijs zijn de carbon credits en Europese subsidie. Die laatste twee posten ziet de boer liever verwerkt in de prijs van het product dat hij levert, namelijk de vezels of het ‘halffabricaat’ dat hij er collectief of coöperatief van maakt. Er zijn nog flinke stappen te zetten; het goede nieuws is dat er een perspectief gloort voor boeren die momenteel om moeten schakelen!

#kringlooplandbouw #jerseykoe

Themadag kringlooplandbouw: échte duurzaamheid in praktijk gebracht

25 november 2022
Échte duurzaamheid

Vanwege mijn te schrijven boek over échte duurzaamheid had ik mij opgegeven voor de themadag over kringlooplandbouw in Lunteren op 17 november j.l.. Plaats van handeling was het agrarisch kringloopbedrijf van Jan Dirk en Irene van der Voort. De inleiders dr. Ir. Meino Smit, ir. Anton Nigten en ir. Jelmer Buijs (experts op hun vakgebied) maakten duidelijk welke grote nadelen kleven aan de gangbare landbouw.

Kunstmest geeft ongezond voedsel!

Meino Smit gaf aan dat de intensivering van de landbouw sinds 1950 tot een outputverhoging van 17 procent heeft geleid. Dat is veel minder dan ik had gedacht. Voor de 17 procent was overigens een inputstijging (uitgedrukt in eenheden energie) van 700 procent nodig; veel meer dan ik had gedacht! Ronduit schokkend was de inleiding van Anton Nigten. De meeste van onze niet-biologisch geteelde groenten zijn ongezond. De anorganische toediening van voedingsstoffen geven (veel) te hoge gehaltes aan stikstof, fosfor en kalium en te lage gehaltes van magnesium en natrium. Organische toediening van voedingsstoffen aan planten geeft een betere balans, mits die van een gezonde samenstelling is. De inleiding van Jelmer Buijs liet namelijk zien dat organische mest, ook van biologische bedrijven, hoge gehaltes pesticiden kan bevatten. Schimmels en insecten wagen zich niet aan dergelijke kost, zo laat onderzoek zien. Tot nu toe heeft de biologische sector niet veel moeite gedaan om de ongewenste insleep van pesticiden te verminderen. Jan Dirk van der Voort (agrariër) en Hubert Cremer gaven te midden van de rondlopende Jersey-koeien in de stal aan hoezeer een goede organische kwaliteit van de bodem van belang is voor goede producten. Alles wat in de grond zit, komt terug in de producten. Ook vertelde Hubert Cremer over zijn mogelijkheden om chemische anti-parasitaire middelen te vervangen door plantaardige middelen, die niet schadelijk zijn voor dier en milieu.

Gezonde bodem geeft gezonde producten

Volgens Jan Dirk van der Voort zijn producten die gegroeid zijn op een gezonde bodem zijn dan ook niet na te maken want elke bodem heeft weer zijn eigen unieke samenstelling. De producten van Jan Dirks kringloopbedrijf zijn zo goed dat hij ermee terechtkan op de “smaakmarkt”. Zo maakt hij heel smaakvolle Remeker kaas, ghee (geklaarde boter), bier mede op basis wei uit de melk, ijs, ricotta enz. Besparing op kosten (o.a. energie) vindt plaats door de natuur en de koeien hun werk te laten doen. Kunstmest, krachtvoer en ploegen behoren tot het verleden. Optimale kwaliteit is het resultaat. Échte duurzaamheid dus.

Vragen of opmerkingen: hans@waardevolgroen.nl
Vewin-lobbyagenda-2022_513x600

Een andere omgang met ruimte en natuur betekent een andere kijk op duurzaamheid!

26 september 2022
Economische, sociale en ecologische grenzen

 Op dinsdag meldde de regering in de Troonrede dat „onze huidige manier van leven stuit op economische, sociale en ecologische grenzen”. Nederland is volgens het kabinet-Rutte IV en de Koning toe aan „een andere economie en arbeidsmarkt. Een andere omgang met ruimte en natuur. Andere manieren van wonen, werken, ondernemen en reizen. En andere vormen van samenleven.”

Grenzen van het watersyteem

Dat we tegen die grenzen aanlopen illustreert een bericht op de NOS-app van vanochtend: De VEWIN, de landelijke koepel van drinkwaterbedrijven, meldt in een nieuw rapport dat het watersysteem tegen zijn grenzen aan loopt. Niet alleen de beschikbaarheid, ook de kwaliteit van drinkwater verslechtert. Drinkwaterbronnen raken namelijk steeds meer vervuild door landbouw, industrie en huishoudens. Het kabinet wil bijna een miljoen nieuwe woningen bouwen tot 2030 maar het is de vraag of die van water zijn te voorzien(!), zo staat in het bericht. Moeten er nieuwe bronnen worden aangeboord of is het zaak het waterverbruik te verminderen, of beide?

Échte duurzaamheid

Mijns inziens ligt er een dieper liggend vraagstuk achter en dat is hoe wij met Moeder Aarde om wensen te gaan; een andere kijk op duurzaamheid. In mijn woorden de échte duurzaamheid! Het water vraagstuk is niet los te zien van ons energieverbruik, de (te grote) schaal waarop onze economie is georganiseerd, het belang van het ecologisch evenwicht en de biodiversiteit die daarmee samenhangt. En ook hier speelt de groei van de bevolking binnen onze landsgrenzen; kan ons land die 20 miljoen inwoners wel aan? Het vergt mijns inziens een ander denkniveau dat ik in mijn boek wil gaan presenteren als bron van inspiratie.

foto-Markermeer-bij-Edam_800x600_4TJ

Échte duurzaamheid als toekomstperspectief

19 september 2022

Échte duurzaamheid, wat is dat en nog meer: hoe realiseren we dat? Naar mijn mening leidt de huidige verduurzaming van onze samenleving daar niet toe. De klimaatdoelstellingen van Parijs halen willen we vooral doen met veel technische maatregelen. Zelfs het gebruik van kernenergie is een optie en dat is natuurlijk al helemaal geen echte duurzaamheid!  Maar wat is échte duurzaamheid dan wel en hoe bereiken we die?

Draagkracht van de aarde

De afgelopen 40 jaar ben ik intensief betrokken geweest bij het duurzaamheidsbeleid en mijn conclusie is dat het anders moet. We werken met oplossingen voor de korte termijn die mijns inziens niet toekomstbestendig zijn. Denk bijvoorbeeld aan de strijd voor grondstoffen voor duurzame technologie. Bij verduurzaming gaat het bij uitstek om de lange termijn. Het herstellen van het evenwicht tussen mens en natuur met de mens als onderdeel van diezelfde natuur. Noem het de draagkracht van de aarde. Dat vergt een heel andere benadering gericht op een fundamenteel andere samenleving, gebaseerd op gemeenschapszin en diep respect voor alles wat leeft.

“Small is beautiful”

We zitten op een tijdlijn; veel van wat vroeger was is overboord gezet. Terug naar een hutje op de hei hoeft niet. Wél kan wat waardevol was en wat de basis biedt voor een rijk bestaan zonder uitputting, worden teruggehaald. Het zal beantwoorden aan een diep verlangen onder velen onder ons. Schumacher had het al over “small is beautiful” met de menselijke maat van de economie; de bezongen kleinschaligheid in “Ons Dorp” door Wim Sonneveld kan ook als voorbeeld dienen. De komende tijd wil ik eenieder deelgenoot maken van mijn gedachten hoe daar te komen. Ik nodig iedereen uit te reageren.

Reacties graag naar hans@waardevolgroen.nl